De Commodore computers zijn voor allerlei toepassingen te gebruiken. Maar bijna alle toepassingen hebben een interactie met de gebruiker.
De eerste computer die Commodore uitbracht na de overname van de firma MOS was de KIM-1. De KIM-1 beschikt over een klein toetsenbord met slechts 23 toetsen. Met deze toetsen werd de KIM-1 geprogrammeerd en bediend. De volgende generatie Commodore computers (PET / CBM) kregen een groter toetsenbord dat overeen komt met die van een schrijfmachine. Later werden de toetsenborden uitgebreid met functie toetsen en of aparte numerieke toetsenborden (VIC-20 / C64 / C128) De laatste generatie Commodore computers (Amiga / PC's) hebben toetsenborden met alle toetsers en bellen.
Hoe werkt een toetsenbord? Als je het aantal toetsen telt op bijvoorbeeld een C64 dan kom je aan 66 toetsen. Als je dan ook nog eens 2 joysticks er bij telt met elk 5 "toetsen" dan kom je op 76 ingangen. Normaal gesproken moet je dan een chip hebben met minimaal 76 ingangen om alles te kunnen lezen. De computer industrie staat bekend om zo slim (lees goedkoop) mogelijk te ontwikkelen. De truc die wordt toegepast in vrijwel alle toetsenborden is "keyboard scaning". Scannen is het een voor een uitlezen van data. Met deze methode kan je een toetsenbord van een VIC-20 of een C64 lezen met slechts 2 x 8 = 16 ingangen.
In de eerste arcade spel computers werden joysticks gemonteerd om het spel me te besturen. Omdat de CBM / PET serie meer bedoeld waren voor serieuze toepassing was op deze serie geen aansluiting voor joysticks aanwezig. Dit is later verholpen door de joysticks via de User-poort aan te sluiten.
De techniek binnen in een joystick is zeer simpel. De signaalgevers zijn vijf schakelaars. Voor de richtingen op, neer, links en rechts zijn vier schakelaars nodig en de vijfde schakelaar zit onder de vuurknop. Op het plaatje is een doorsnede te zien van de SUZO Arcade joystick. De knuppel is van kunststof maar er zit een 6 mm dikke stalen kern in om te voorkomen dat je de knuppel kan verbuigen. Aan de onderkant staat de knuppel in een schanierpunt. In het midden bevindt zich een centreer mechanisme wat de knuppel precies in het midden houdt. Vlak boven de micro schakelaars zit een ronde schijf. Druk je nu de knuppel in een bepaalde richting dan druk je met de schijf een (of twee) micro schakelaar in.
De Commodore TV-games 2000K en de 3000H zijn uitgerust met verstelbare besturingen. Dit zijn regelbare weerstanden die je kan regelen door ze te draaien o te schuiven. PaddlesDe eerste spellen voor op TV waren spellen gebaseerd op PONG. De besturing werd gedaan met zogenaamde paddles.
De paddle zelf is een simpel apparaat. Het bestaat inwendig uit een draaibare weerstand. Als je de knop geheel de ene kant opdraait dan heeft de weerstand een waarden van ongeveer 200 ohm en draai je de weerstand geheel naar de andere kant dan is de waarde ongeveer 200 kilo-ohm. Tevens zit op elke paddle een vuurknop. Maar omdat paddles in een setje van twee zijn aangesloten op een joystick poort kunnen de twee vuurknoppen niet op de normale aansluiting van de vuurknop. De ene paddle vuurknop zit op de richting Links en de andere op richting Rechts.
De muis is niet meer weg te denken bij de moderne PC. De muis is echter al meer dan 35 jaar oud. De muis is uitgevonden door Douglas Engelbart. Het mechanisme bestond uit twee wielen die 90 graden ten opzicht van elkaar stonden. Als je omhoog of omlaag bewoog dan draaide het ene wiel en als je links of rechts bewoog draaide het andere wiel. Later werd de bekende bal toegevoegd.
De muis bestaat uit een bal met daar tegen aan twee censors. De censor bestaat uit een rol die via een as aan een schijf met sleuven is bevestigd. het geheel is zo gemonteerd dat het gemakkelijk draait. Als de bal beweegt zullen de schijven verdraaien. In de muis zijn de censors zo geplaatst dat als je omlaag of omhoog beweegt de ene schijf draait en als je links of rechts beweegt de andere schijf draait. beweeg je schuin dan gaan beide schijven draaien. Meestal is er nog een derde rol die ervoor zorgt dat de bal stevig tegen de rollen van de censors wordt aangedrukt.
Een concurrent van de muis is de track-ball. Een trackbal is een omgekeerde muis, i.p.v. dat je de behuizing beweegt en daardoor de bal laat bewegen staat bij een track-ball de behuizing stil en beweeg je de bal met je vingers.
Behalve dat de trackbal een "op zijn kop" versie is van de muis is de inwendige elektronica vrijwel gelijk. Door de grotere bal (en daardoor grotere behuizing) is een grotere schijf met meer sleuven mogelijk. De verhouding van de diameter van de bal en de rollers is ook groter. Beide hebben als het voordeel dat de resolutie groter kan zijn dan die van een bal muis.
Een touchpad is een drukgevoelig oppervlak. De meest bekende touchpad voor de 8-bit computers is de Koalapad. De Koalapad was niet alleen beschikbaar voor bijvoorbeeld de VIC-20, C64 en C128 van Commodore maar ook voor de Apple's, Atari's, Texas Instruments IBM-PC's en vele andere computers. Tegenwoordig zijn ook vele laptops er mee uitgerust als een muis vervanger.
De uitvinder van de touchpad is David D. Thornburg en hij deed zijn uitvinding in het jaar 1982. Hij werkte voor het Xerox Palo Alto Research Center. Daar ontwikkelde hij een drukgevoelig oppervlak als invoer apparaat voor de computer. Xerox zag er niet zoveel in en David kreeg de kans om zijn ontwikkeling zelf uit te werken. David richtte het bedrijf Koala Technologies Corporation op en startte met de productie van de KoalaPad.
En geheel andere manier om de computer te bedienen is met de lightpen oftewel de lichtpen. Om keuzes te maken op het scherm duw je gewoon met de pen op het scherm en de computer weet waar je gedrukt hebt.
De reden dat de lightpen werkt is te danken aan de VIC-chip (de grafische chip in de VIC-20 en C64). De meeste Commodore computers zijn compatible zijn met het TV-signaal. Als je naar een TV-scherm kijkt dan zie een beeld net zo groot als het scherm maar in werkelijkheid wordt het beeld gemaakt door een elektronen straal die "botst" op de binnenkant van het scherm. Door deze botsing licht het scherm op die plek op. De elektronen straal begint linksboven in de hoek en schrijft naar rechts over het scherm. Daarna gaat deze razendsnel terug naar links en schrijft de volgende regel. Als de elektronenstraal rechts onder in de hoek is aangekomen dan begint alles opnieuw. Het materiaal dat oplicht door het botsen van de elektronen licht ongeveer net zolang op totdat de elektronen straal weer terug is op die zelfde plek. Dit geeft het effect dat er een heel beeld op het scherm staat. In werkelijkheid wordt niet regel na regel geschreven maar de ene keer worden de oneven regels geschreven en daarna de even regels. Dit geeft een beter beeld maar is niet van belang voor de werking van de lightgun.
De meeste kennen de Commodore Music maker. Dit is een simpel overleg toetsenbord voor de C64. Met de Commodore Music maker kan je piano spelen maar het is zeer beperkt en na een tijdje worden de toetsen ook minder en wordt het spelen moeilijker. Er zijn ook volwaardige piano klavieren ontwikkeld voor onder andere de C64.
Het probleem met toetsenborden in het algemeen is dat ze meestal meer toetsen hebben dan 8. En de meeste computers kunnen slechts 8 ingangen tegelijk inlezen (16 bit computer 16 ingangen enz.) Bij het normale toetsen bord wordt een matrix systeem gebruikt van 2 x 8 ingangen = 64 toetsen. zie het voorgaande deel over toetsenborden.